Paul Bernhard
Noldijk 114
2991 VL Barendrecht

T 078 – 677 14 21 / 06 – 235 880 66
E ruinol@gmail.com
W https://sites.google.com/site/ruinolles/

Google Maps

Een vervreemdend beeld, dat tegen het abstracte aan ligt, maar dat nèt niet is, zo zou het werk van Paul Bernhard (Rotterdam, 1957, autodidact) het best getypeerd kunnen worden. Of: Niet alledaagse en soms bijna onherkenbare verbanden tussen beeld en taal, zo zou het ook omschreven kunnen worden.

Geboren in Rotterdam, gedurende lange tijd van hot naar her verhuizend, verbleef hij na de middelbare schooltijd langere periodes in een Chileense kunstenaars gemeenschap, de Ciudad Abierta, “Open Stad”, de voedingsbodem voor zijn latere ontwikkeling.
Al vanaf jonge leeftijd wilde hij zijn gevoel uitbeelden, maar nooit vond hij precies de juiste middelen. In zijn jeugd schilderde hij in olieverf maar dit werd een discipline die geleidelijk aan op de achtergrond verdween.
Na een halve HBO opleiding Nederlands gevolgd te hebben, kwam hij per ongeluk in het boekenvak terecht, iets waar hij nooit meer afscheid van zou nemen.
Door de digitale ontwikkelingen in de fotografie rond de Millennium-wisseling kwam zijn drang tot visuele verbeelding weer sterker aan de oppervlakte. Daarnaast kwam hij in een periode terecht waar een constante stroom van poëzie zich aandiende, iets dat door het opkomende internet nog versterkt werd. Poëzie als actie en re-actie.
Zo werden geleidelijk aan beiden gecombineerd, zijn eigen fotografie en zijn eigen gedichten. Toen men hem uiteindelijk vroeg deel te nemen aan de Kunstroute Barendrecht kwam van het één het ander.

Hoewel poëzie nu eenmaal voor elk mens andere beelden oproept, bleken sommige van zijn gedichten en eigen foto’s direct samen te gaan, terwijl ze toch onafhankelijk van elkaar ontstonden. In beiden is de thematiek vaak dezelfde: schaduw en licht versus donkerte en duisternis, met om de hoek liefde en dood, of ver weg: de Elyseese velden.

Het is hem niet te doen om tekst als zodanig, in een afbeelding, of tekst àls afbeelding, zoals grafici dat ontwerpen. Meer wil hij zijn eigen poëzie inpassen in een beeld dat er voor hem bij hoort en er in meer of mindere mate mee in verband staat. Dat betekent soms het gedicht er in plaatsen, een andere keer er naast.
De tekst wordt in verhouding tot de foto meestal zo klein mogelijk gehouden en vooral in lijn met het ‘getoonde’.

Tussen 2000 en 2012 zagen twee dichtbundels het licht, uitgegeven in eigen beheer. Een leuke anekdote: Toen zijn vader in zijn laatste jaren zijn tweede poëziebundel gelezen had, sprak hij: “Zoon, je bent vooruitgegaan. Van het eerste bundeltje begreep ik geen enkel gedicht, en van het tweede welgeteld één.”
Van deze tweede bundel zijn nog enkele exemplaren in de verkoop.

Inmiddels is de poëzie volkomen op de achtergrond geraakt, iets dat te maken heeft met zijn persoonlijke ontwikkeling in de afgelopen jaren. Ook de fotografie is anders geworden, lichter, en minder zwaar.
Het betreft hier altijd foto’s die NIET d.m.v. fotobewerkingsprogramma’s als Photoshop etc. gemanipuleerd of tot stand gekomen zijn. Slechts bij zeer hoge uitzondering retoucheert hij iets weg, een schaduw, een stofje.

Tot slot iets over het afdrukken en inlijsten van zijn werk: Vanwege economische én milieuaspecten maakt hij uitsluitend gebruik van tweede-hands lijsten. Soms maakt hij zelfs fotografisch werk speciaal passend bij een bijzondere lijst. Daarom is het mogelijk dat een lijst een onvolkomenheidje heeft.